Voorwoord 7
Inleiding 11
1. HET GROTE MES 17
Grote zaken eerst. Als stevig en zichtbaar ingrijpen bij een omvangrijk probleem noodzakelijk is.
2. HET KLEINE MES 27
Kleine zaken niet veronachtzamen. Als kortstondig en doelgericht ingrijpen wenselijk is bij kleine problemen met mogelijk grote gevolgen.
3. DE KURKENTREKKER 35
Belemmerende zaken ophalen. Als een negatieve onderstroom van onuitgesproken gevoelens de samenwerking verstoort.
4. DE SCHAAR 43
Zaken die vragen om een praktische ingreep. Als je taken, rollen en verantwoordelijkheden wilt verhelderen om het evenwicht te herstellen.
5. DE BLIKOPENER 53
Om de waarom-vraag te beantwoorden. Over jouw verhaal en de beelden die je oproept bij anderen.
6. DE PRIEM 63
Om de waarheen-vraag te beantwoorden. Over de verbinding tussen je eigen doelen en die van de organisatie.
7. DE HAAK 73
Om de hoe-vraag te beantwoorden. Over hoe je kunt voorkomen dat je uitglijdt op weg naar je doel.
8. DE FLESSENOPENER 83
De rol en functie van rituelen. Als je de band tussen mensen wilt versterken.
9. HET PINCET 91
Ergernissen verwijderen. Als het hoog tijd is irritante en overbodige zaken in je werk op te ruimen die onnodig veel ruimte innemen.
10. DE TANDENSTOKER 99
Persoonlijke belemmeringen. Als je nog onzichtbare obstakels in jezelf te verwijderen hebt.
Dankwoord 109
Over de auteur 111